Francisco, de mijnwerker op onze poster

Op 13 oktober heb ik een langdurig gesprek met Francisco (34 jr, de mijnwerker links op onze poster). Deze foto, waar grafisch vormgever René Wolters een prachtige poster van maakte, dateert uit 2007. Francisco (toen 28) werkt toen samen met een jongen van 16 (!) die inmiddels naar Argentinië is vertrokken. Hij weet niet wat er van hem is geworden. Ik heb een gesprek met Francisco op het dakterras van hotel Eucalyptus in Potosí. Op de achtergrond de Cerro Rico (rijke berg) waar hij dagelijks met een grote boor onder de meest beroerde omstandigheden in stof en duisternis bij temperaturen rond de 40 graden de rotswand te lijf gaat. "Ik ben er wel trots op dat ik op de poster sta, zo zien de mensen een beetje hoe het is." Francisco is vrij formeel en gesloten, waarschijnlijk zenuwachtig. Gedurende het ruim 2 uur durende gesprek komt hij een wel een beetje los. De rustige, serieus ogende man ziet er zeer verzorgd uit, draagt een opvallend mooi horloge, moderne bril en is keurig gekleed. Je zou niet verwachten dat hij een mijnwerker is. "Ik ben opgegroeid in Cochabamba -dat ligt in de valleien en heeft een ander klimaat- en Santa Cruz. Mijn ouders zijn Quechua's en spreken geen Spaans. Toen ik naar school ging, moest ik Spaans leren. De andere kinderen hadden geld voor hamburgers, ik kreeg 2 zakjes eten mee: 1 links aan mijn riem met choclo (maïs), 1 rechts met queso (witte kaas). Soms ruilde ik met iemand en had ik een hamburger." Hij werkt ruim 10 jaar in verschillende mijnen, nu al een tijdje in de mijn Candelaria als perforista, de man die met een grote boor vooraan in de ploeg de gaten in de rotswand boort. Zijn vader overleed toen hij 5 was en hij heeft veel respect voor zijn moeder die hem de belangrijke waarden van het leven heeft bijgebracht en hem heeft leren koken. "Mijn moeder en ik houden erg veel van elkaar maar ze vindt het verschrikkelijk dat ik in de mijnen werk. Ik heb vele kilo's lichaamsgewicht verloren. De mijn eet me op. Toen ik in juni op haar verjaardag was, weigerde ze geld van me aan te nemen omdat ik het in de mijnen had verdiend." De pijn is zichtbaar, voelbaar. "Nog tot het eind van dit jaar werk ik in de mijnen, dan ga ik het laatste jaar van mijn studie in en stop ik er mee" verzekert hij me. Ik ben benieuwd, wie één keer de "luxe" van een inkomen heeft genoten -ook al is het als mijnwerker- en deel uitmaakt van de mijnwerkerscultuur, kan zich daar maar heel moeilijk van losmaken. Hij is een half jaar uit zijn werk geweest, te ziek om te werken na een zeer intensieve periode van té hard werken en alcoholmisbruik. Nu wil hij het anders doen, sinds 2 jaar studeert hij dus toerisme in de avonduren en als hij klaar is, wil hij als gids aan de slag. Niet in de mijnen, die heeft hij wel gezien. Ik zie wel wat in hem, hij lijkt heel vastberaden en doelgericht.  Bovendien heeft hij al in ieder geval één jongen (die door zijn vader was meegenomen naar het werk) uit de mijnen geweerd. Uiteindelijk ging vader overstag en de jongen bedankte hem later op straat. Hij gaat nu naar een middelbare school. Franciscus maakt deel uit van een studiegroep die elkaar erg stimuleren. Ze zijn heel blij met wat de stichting Amigos de Potosí doet in Potosí voor de mijnwerkers en de schoolgaande jeugd en ze willen ons graag helpen. Deze groep jonge gidsen heeft het standaardwerk voor gidsen van ons gekregen voor hun bibliotheek, als stimulans. Om te studeren en vooral naar Francisco: om de mijnen te verlaten. Voor altijd. Ik heb er vertrouwen in en ik ben blij met de hulp die we van deze jonge mensen zullen krijgen. Ambassadeurs!

Als ik een paar dagen later uit Potosí vertrek naar La Paz denk ik aan Francisco die daar diep in de berg aan het werk is, ondergedompeld in een totaal andere wereld...