Hoe is dit ontstaan?

Veel reizigers voelen zich machteloos bij het zien van zoveel ellende in ontwikkelingslanden. Ze voelen zich ongemakkelijk en machteloos in de rol van (rijke) toeschouwer. Soms leidt dit tot een spontane (inzamelings-) actie en heel soms krijgt dit langdurige gevolgen… 

In 1994 was ik als reisleidster met Nederlandse toeristen in Bolivia. Met de Boliviaanse gids Eduardo, zoon van een omgekomen mijnwerker, daalden we af we in de donkere stoffige (zilver)mijnen van Potosí om te zien hoe hier nog elke dag onder middeleeuwse omstandigheden gewerkt wordt. Toen we 3 uur later uitgeput weer buiten stonden, waren we geschokt. Wat we gezien hadden was te erg om waar te zijn en we konden niet zomaar weggaan uit Potosí, zonder iets voor deze mensen te doen. Dat wij konden gaan douchen en eten en onze rondreis zouden voortzetten was een te groot contrast met het lot van de mensen die hier dag in dag uit afdaalden in een hel… We besloten ter plekke dat we iets voor deze mijnwerkers wilden doen, we konden hen niet met lege handen achterlaten. Maar wat was wijs?



In overleg met de gids en de mijnwerkers besloten we een radio zendinstallatie te kopen om een ambulance te kunnen waarschuwen. Dit was het eerste in een reeks van projecten en het initiatief groeide uit tot een stichting in 2002: Amigos de Potosi. Later hoorde ik dat er ook nog steeds honderden kinderen in de mijnen werken.. Een nachtmerrie. En uit deze nachtmerrie ontstond mijn droom: alle kinderen naar school, niet naar de mijnen!

  (Kinderen van de basisschool San Ildefonso met sla uit de schoolgroentekas!